Brechelbath


De naam Brechelbad vindt zijn oorsprong in de oude methodes voor het breken (brecheln) van vlas. Van het vlas maakte men linnengoed. Het vlas werd eerst gedroogd in de zogenaamde Brechelkammer - deze werd hiervoor verhit met droge hitte. Hierna werden de gedroogde stengels gebroken in de zogenaamde Flaxbrechel. Vervolgens werden ze in de Brechelkammer gestoomd. Deze procedure werd meerdere malen herhaald. Uiteindelijk ontstonden vezels geschikt om linnen van te weven.
 
Door de eenvoudige oogstmethoden was het vlas meestal vermengd met kruiden en grassen. De geuren waren heerlijk en het klimaat in de Brechelkamer was weldadig. Al snel ontstond de traditie om de Brechelkamer ook als kruidenstoombad te gebruiken met een relatief milde, oplopende temperatuur en met een oplopende vochtigheidsgraad.
 
De speciaal gebouwde oven staat in het midden van de Brechelkamer. Erboven worden verse kruiden verhit en de hieruit opstijgende kruidenstoom dringt via, de onder het plafond opgehangen, metalen korf gevuld met takken van coniferen en dennenappels.
De kruidenstoominjecties volgen elkaar met kleine tussenpozen op. De kruidenstoom die zich nu ophoopt bij het plafond stroomt langs de zijwanden naar beneden en strijkt over de ruggen van de baders. Deze warme luchtstoten langs de rug worden als zeer weldadig ervaren. Dennentakken op de vloer stimuleren de voetreflexzones van de baders als zij er overheen lopen.